De meeste ruzies gaan namelijk niet écht over de inhoud. Niet over de vaatwasser, aandacht, seks of toon. Ruzie ontstaat vaak pas nádat er vanbinnen al iets geraakt werd wat we niet goed hebben opgemerkt, en over gecommuniceerd.
Vaak gebeurt er eerst iets kleins: je voelt je afgewezen, niet gezien, gecontroleerd of alleen. Maar in plaats van dat op te merken en erbij te blijven, schieten we in verdedigen, uitleggen, aanvallen of terugtrekken. Dáár begint het conflict meestal pas echt.
Een interessante oefening tijdens een ruzie is daarom niet: “Hoe krijg ik gelijk?”
Maar: “Wat gebeurt er eigenlijk in mij, vlak vóórdat ik uithaal of dichtklap?”
Soms verandert één eerlijk uitgesproken zin meer dan een uur discussiëren: “Eigenlijk voel ik me geraakt, het deed zeer toen je ...."
Vaak gebeurt er eerst iets kleins: je voelt je afgewezen, niet gezien, gecontroleerd of alleen. Maar in plaats van dat op te merken en erbij te blijven, schieten we in verdedigen, uitleggen, aanvallen of terugtrekken. Dáár begint het conflict meestal pas echt.
Een interessante oefening tijdens een ruzie is daarom niet: “Hoe krijg ik gelijk?”
Maar: “Wat gebeurt er eigenlijk in mij, vlak vóórdat ik uithaal of dichtklap?”
Soms verandert één eerlijk uitgesproken zin meer dan een uur discussiëren: “Eigenlijk voel ik me geraakt, het deed zeer toen je ...."
